De markt van gisteren op Vijversburg werd groots aangekondigd als ‘Kunst- en Cultuurfestival ART Vijversburg’. De realiteit? Een reeks kraampjes in een overigens prima park waar de bezoeker – mits hondloos – pas na betaling naar binnen mocht. Een ingehuurde pianist deed zijn uiterste best om de boel muzikaal te omlijsten.
Het gemiddelde publiek liet zich perfect omschrijven als het type “We Zijn Er Bijna”: uitgerust met zonneklep en zo’n veel te hip minirugzakje over de schouders. Al schuifelend langs de kramen kwamen de reacties niet verder dan een lauw ”O, leuk”, een ijzig zwijgen of een plichtsgetrouwe groet. Het zorgde voor een ongemakkelijke ambiance. Moet je dan als maker de mensen gaan smeken om iets aan te raken, te bekijken, of er überhaupt een vraag uit gaan persen?
Dubbel kijkplezier en zure pruimen
Mijn favoriet van de dag was een vrouw van ruim bovengemiddelde leeftijd. Ze droeg een normale bril met daaroverheen een overzetzonnebril – voor het dubbele kijkplezier, zullen we maar denken. Een vuurrode zonneklep moest de prikkende zon extra weren. Een vriendelijke uitstraling was haar vreemd. Ze grabbelde wat in de bakken met prints en liet haar oog vallen op de display met ACEO-kaarten; de Artist Cards Editions and Originals. Ik had er voor de zekerheid 135 meegesleept, voor het onwaarschijnlijke geval dat de verkoop voor sluitingstijd ineens los zou barsten.
De dame inspecteerde de display en trok er eentje uit. Ik deed een voorzichtige stap dichterbij, legde uit dat het ACEO-kaarten waren en vroeg of de term haar bekend voorkwam. Het bleef angstaanjagend stil. De zonnebril bleef strak op haar neus zitten. Ze draaide de kaart om, bekeek de informatie op de achterkant en snauwde zonder mij waardig te gunnen: “O, nu verwacht je van mij dat ik ‘nee’ zeg, zodat jij kunt uitleggen wat het is?”
Waarom zo onbeschoft? Waarom ga je op een zondagochtend überhaupt je bed uit om met zo’n zure pruim een festival te bezoeken? Ik moest me inhouden om dit gedrag niet ter plekke te gaan corrigeren. Ze smeet de kaart terug en verlegde haar blik naar de handgemaakte fotoboeken. Na welgeteld drie pagina’s te hebben omgeslagen, werd het boek weer op tafel gekwakt. “O, een boekje…”, prevelde ze, waarna ze zonder groet wegbeende naar de kraam met keramiek schuin tegenover mij. Een urn met vrolijke prints leek me een uiterst passend cadeau voor haar.
De verstikkende hitte maakte van deze markt definitief de slechtste tot nu toe. De drempel om te moeten betalen voor de toegang tot een park zal de genadeslag zijn geweest voor de opkomst. Volgend jaar slaan we deze wanvertoning over. Op naar de volgende twee in augustus.






